
Castratie reu
Wat is het precies?
Bij de castratie van de reu verwijderen we beide testikels (ballen). Dit gebeurt onder volledige narcose. Er wordt een snee gemaakt vóór het scrotum (balzak). Deze snee wordt niet over het scrotum zelf gemaakt aangezien deze huid zeer gevoelig is en enorm op kan zwellen na irritatie en minder snel heelt. Door deze snede worden de testikels één voor één naar buiten gebracht, afgebonden en verwijderd. Vervolgens wordt de wond gehecht.
Bij sommige reuen zijn één of beide testikels niet ingedaald. We spreken dan van een binnenbal. Als deze honden gecastreerd worden, is de operatie wat ingewikkelder omdat de lies of de buik opengesneden moet worden.
Waarom zou ik het overwegen?
De redenen om een reu te castreren kunnen in drie groepen worden ingedeeld: onvruchtbaar maken van de reu, medische redenen en gedragsproblemen.
In bepaalde gevallen is het onmogelijk om een reu en teef gescheiden te houden. Meestal is sterilisatie van de teef dan een betere oplossing, maar als dat niet gewenst is, kan de reu ook gecastreerd worden.
Bij medische redenen zal de dierenarts over het algemeen castratie voorstellen.
Bij gedragsproblemen is het vaak aan te raden om eerst met de gedragstherapeut te overleggen. Bij sommige gedragsproblemen is castratie juist ongewenst, bij andere problemen heeft het alleen zin in combinatie met gedragstherapie. Castratie kan zorgen voor een vermindering van de dominantie en van seksueel gedrag.
Castratie als behandeling van een gedragsprobleem:
- ongewenst seksueel gedrag/ hyperseksueel gedrag: Hieronder valt rijden op teven, vooral als ze loops zijn, maar ook rijden tegen mensen, andere dieren of voorwerpen aan, al dan niet met ejaculatie. Over het algemeen stopt dit zo goed als helemaal na castratie, zolang het gedrag niet al te lang aanwezig is. Honden die tegen elkaar rijden zijn niet perse seksueel bezig, vaak is het een teken van dominantie, dit verdwijnt dan ook vaak niet na castratie.
- Weglopen: Reuen die niet gecastreerd zijn hebben meer neiging weg te lopen, vooral als er loopse teven in de buurt zijn. Sommige reuen eten zelfs niet als er een loops teefje in de buurt is. Over het algemeen vermindert dit sterk na castratie.
- Geurvlaggen plaatsen: Bijna alle reuen zullen bij het uitlaten hun territorium afbakenen door overal een plasje tegen aan te doen, dit is normaal gedrag. Als honden ook in huis geurvlaggen gaan zetten, kan castratie helpen in combinatie met gedragstherapie.
- Agressie: Bij dominante agressie tegen mensen of honden kan castratie soms goed helpen in combinatie met gedragstherapie. Overleg echter altijd eerst met een gedragstherapeut; in een aantal gevallen kan castratie averechts werken, bijvoorbeeld bij angstagressie.
Medische indicaties voor castratie:
- Voorhuidontsteking: Meeste ongecastreerde honden hebben normaal een beetje gelige uitvloeiing uit de voorhuid. Bij sommige honden kan dit echter zo ernstig zijn dat het onhygiënisch wordt in huis, bijvoorbeeld door het rondvliegen van druppels bij het uitschudden. De hond kan er ook zelf last van hebben en er continu aan zitten likken. Er zijn voorhuidcleaners die vaak goed helpen, maar als het probleem vaak terugkomt is castratie het overwegen waard. Dit is in de meeste gevallen een definitieve oplossing voor dit probleem.
- Prostaatproblemen: Veel oudere honden krijgen vergroting van de prostaat. Bij sommige honden kan dit problemen geven, zoals bijvoorbeeld persen op de ontlasting of druppeltjes bloed verliezen. Hiertegen kunnen injecties of tabletten vaak helpen; castratie is een meer permanente oplossing. Reuen kunnen ook een ontsteking van de prostaat krijgen, waarbij ze soms koorts hebben, ziek zijn, blaasontsteking krijgen en erg pijnlijk kunnen zijn aan de prostaat. Na de behandeling hiervan kan de reu eventueel gecastreerd worden om terugkomen van de problemen te voorkomen.
- Testikeltumoren: Bij oudere reuen komen tumoren van de testikels voor. Meestal valt het de eigenaar op dat één van de testikels vergroot is. Bij een binnenbal kan de testikel in de lies of in de buik vergroot raken. Soms produceren deze tumoren vrouwelijke hormonen, hetgeen leidt tot feminisatie (“vervrouwelijking”) van de reu (grotere tepels, niet meer optillen poot bij urineren, kleinere penis). Meestal zijn er dan ook huid en vachtveranderingen (droge, dorre huid/vacht, kaalheid) en kan opvallen dat de andere, niet aangetaste testikel kleiner wordt. Bij deze tumoren moet de aangetaste testikel verwijderd worden.
- Circumanaalkliertumoren: Hierbij zijn er gezwellen rond de anus die uit gaan van de kliertjes die hier normaal voorkomen. Ze groeien langzaam en zijn meestal niet kwaadaardig. Wel kunnen er meerdere bultjes naast elkaar voorkomen en bloeden ze vaak snel. Deze gezwellen ontstaan mede onder invloed van het mannelijke hormoon testosteron; daarom verdwijnen kleine gezwellen meestal snel na castratie en wordt het ontstaan van nieuwe gezwellen voorkomen. Grote open gezwellen kunnen het beste chirurgisch verwijderd worden.
Nadelen castratie:
Uiteraard zijn er de directe gevolgen van de operatie.
Elke narcose heeft een risico. Castratie is echter een simpele, kortdurende operatie die met een kortdurende narcose wordt uitgevoerd. Over het algemeen wordt het uitgevoerd op een gezonde, jonge hond. Daarom is het risico van deze operatie klein. Bij een oudere hond is het wel aan te raden om een pre-anesthetisch bloedonderzoek uit te voeren.
Na de operatie krijgt de reu pijnstillers en antibiotica mee. Over het algemeen zijn ze de volgende dag weer zo goed als de oude en heelt de wond heel snel. Juist daarom, en omdat de snee op een gevoelige, snel irriterende plek zit, moet de hond beslist een kraag om. Zonder deze kraag zullen veel honden snel de hechtingen verwijderen, waarna de hond opnieuw gehecht moet worden of veel langer tijd nodig zal hebben om te genezen. Ook kan het scrotum (de balzak) zeer geïrriteerd en ontstoken raken als de hond er veel aan likt. Na 10 dagen worden de hechtingen verwijderd en is de wond dicht.
Het is niet zo dat de hond sloom wordt na castratie, maar de stofwisseling verandert wel. De hond verbruikt minder energie en heeft vaak ook meer eetlust. Als deze honden evenveel blijven eten, zullen ze overgewicht krijgen. Hier kunnen ze wél sloom van worden. Bovendien heeft overgewicht veel risico’s voor de gezondheid. (zie het hoofdstuk “gewichtsbegeleiding” onder de tab “praktijk”) Dit is echter te voorkomen door na de castratie speciaal voer te geven of door na de castratie minder te gaan voeren en de hond meer te laten bewegen.
Een ander nadeel van castratie is dat de vachtstructuur verandert, vooral bij dieren met lang haar. De vacht kan pluiziger en slechter te onderhouden worden.
Castratie kan ook nadelig effecten op het gedrag hebben. Een angstige hond wordt angstiger, en angstagressie zal toenemen na castratie.
Ook zullen andere honden zich anders gedragen ten opzichte van een gecastreerde reu, en zullen soms op deze gaan rijden.
Alternatief:
In plaats van castratie kunnen er ook medicijnen gegeven worden, de zogenaamde chemische castratie. Deze heeft echter wisselende effecten, die niet altijd overeenkomen met de effecten van castratie. Er is echter een nieuw middel op de markt, Suprelorin. Dit is een implantaat die de effecten van castreren evenaart gedurende minimaal 6 maanden en volledig reversibel is. Dit medicijn kan geprobeerd worden om de effecten van castratie te beoordelen bij twijfel over al dan niet castreren.
Conclusie
Castreren van een reu kan in vele gevallen zeker zinnig zijn, maar er zijn ook nadelen aan verbonden. Maak daarom een goede afweging. U kunt hiervoor bij ons overleggen met de dierenarts, de assistenten, de gedragstherapeut of eventueel de trimster.
|
Wist U dat... |
Wij voor gecastreerde reuen speciale voeding hebben die is afgestemd op de behoeften van uw hond.
Dierengezondheidscentrum
Slinge 586
3086 EX Rotterdam
010-4815557 |
| |
|